4 minuten leestijd

Financiering van de SDGs in het decennium van actie

Ondanks een enorme toename van het aantal initiatieven op het gebied van duurzame ontwikkeling sinds de goedkeuring van de 2030-agenda in 2015, staat een aanhoudend financieringstekort van 2,5 biljoen dollar per jaar de verwezenlijking van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG’s) in de weg. Wat kunnen en moeten we hieraan doen. Welke rol is weggelegd voor de overheden en het bedrijfsleven?

De eerste stap in de financiering van de SDGs is ervoor te zorgen dat kapitaal daadwerkelijk effectief wordt ingezet waar het een echt impact heeft op duurzame ontwikkeling. Global GDP in 2018 bedroeg naar schatting 85 biljoen dollar en dit betekent dat als slechts 3% van het mondiale GDP zou worden geïnvesteerd in duurzame ontwikkeling, de wereld het financieringstekort van de SDGs zou kunnen dichten. Hiermee zou de wereldgemeenschap de duurzaamheidsambities kunnen waarmaken en collectief de 2030-agenda kunnen verwezenlijken.

Veel obstakels staan echter in de weg. De Global Future Council on Development Finance, bijeengeroepen door het World Economic Forum en bestaande uit 24 deskundigen die actief zijn op dit gebied, richt zich op innovatieve manieren om de systemische uitdagingen te overwinnen die de stroom van ontwikkelingsfinanciering beperken. Voor de jaarlijkse bijeenkomst in Davos in 2020 is de nieuwe Development Finance Transformation Map gemaakt, die een overzicht geeft van de belangrijkste dimensies die het ecosysteem kenmerken.

De World Economic Forum brengt vertegenwoordigers van nationale regeringen, donoren, multilaterale en bilaterale instellingen voor ontwikkelingsfinanciering (DFI’s), particuliere investeerders, financiële leiders en de academische wereld samen. Het Forum is van mening dat de conventionele benaderingen van ontwikkelingsfinanciering ontoereikend zijn om de markttekortkomingen aan te pakken die zich op nationaal niveau manifesteren. Daarom hebben de acties die tot nu toe zijn ondernomen niet de schaal en snelheid bereikt die nodig zijn om het kapitaal te mobiliseren dat nodig is voor de realisatie van de SDG’s.

Met de nadruk op het vinden van oplossingen erkent het Forum dat geïntegreerde acties nodig zijn van alle deelnemers – de verstrekkers van kapitaal (aanbod), de gebruikers van kapitaal (vraag) en de instellingen die de twee met elkaar verbinden (intermediairs).Tegelijk beseft het Forum ook dat slechts beperkte vooruitgang zal worden geboekt indien deze gebieden in silo’s worden verkend, gezien de onderlinge verwevenheid ervan.

Er is behoefte aan een geïntegreerde aanpak die rekening houdt met de wisselwerking tussen alle elementen. Bij deze aanpak werken publieke en private belanghebbenden op mondiaal en nationaal niveau samen om het financieringstekort van de SDGs te overbruggen en zo meer te bereiken dan zij afzonderlijk zouden kunnen. Bovendien kan mondiaal leiderschap in de praktijk alleen effect hebben als het wordt ingezet voor actie op nationaal niveau, zodat het systeem synchroon kan werken en de snelheid en schaal kan bereiken die nodig zijn echt vooruitgang te boeken in het decennium van de actie.

Heb je gelezen?
Aanbodzijde: investeringsmogelijkheden samenvoegen om meer kapitaal aan te trekken

De particuliere sector zoekt investeringsmogelijkheden die aansluiten bij de rendementsverwachtingen en de risicobereidheid. Zwakke mondiale economische groeiverwachtingen en de proliferatie van obligaties met een negatief rendement betekenen dat projecten in ontwikkelingslanden en opkomende economieën, die bijdragen aan de realisatie van de SDGs, aantrekkelijke investeringsmogelijkheden zouden moeten bieden. Door marktfalen wordt particuliere deelname aan de financiering van de SDGs echter ontmoedigd. Door de hoge risicoperceptie, de volatiliteit van de lokale valuta, de informatieasymmetrie tussen kapitaalverschaffers en projectontwikkelaars en de omvang van de transactie – om er maar een paar te noemen – verandert een aantrekkelijke investeringsmogelijkheid vaak in een zeer complexe transactie. Dit houdt in dat het uiteindelijk verwachte rendement niet opweegt tegen het risico en de moeite die de investeerder moet doen om het kapitaal in te zetten.

Een voorbeeld: Kleine insulaire ontwikkelingslanden (Small Islands Developing States – SIDS) vormen een groep van 58 eilandstaten die met soortgelijke ontwikkelingsproblemen te kampen hebben als gevolg van hun kwetsbaarheid voor natuurrampen, hun behoefte aan klimaatveranderingsbestendigheid en hun geringe omvang. Hoewel kleine insulaire ontwikkelingslanden dringend behoefte hebben aan nieuwe kapitaalbronnen om hun plannen in het kader van de 2030-agenda te financieren, ondervinden zij moeilijkheden om investeringen uit de particuliere sector aan te trekken gezien het hoge risico dat zij lopen en het gebrek aan projecten met een schaalbaar rendement.

Het World Economic Forum ontwikkelt een kader om kleine insulaire ontwikkelingslanden te helpen kapitaal aan te trekken en hun omvangprobleem op te lossen door het gebruik van instrumenten voor bundeling op nationaal, regionaal of sectoraal niveau. Deze instrumenten kunnen kleinere investeringsoplossingen bundelen tot grotere mogelijkheden die gemakkelijker particulier kapitaal kunnen aantrekken. Dit zou kunnen uitgroeien tot een levensvatbaar mechanisme voor kleine insulaire ontwikkelingslanden om nieuwe bronnen van kapitaal voor de SDG’s te vinden.

Vraagzijde: een strategische benadering van het gebruik van alle soorten kapitaal

Marktfalen komt ook voort uit de vraagzijde. Een van die bronnen van inefficiëntie is het gebrek aan coherente strategische ontwikkelingsplanning: landen moeten hun nationale toewijzingsprocessen koppelen aan de SDGs en een nationaal financieringsplan voor de 2030-agenda opstellen.

Regeringen moeten afstappen van een beperkte projectgewijze aanpak en overschakelen op een holistische financieringsstrategie voor de SDGs, waarbij alle kapitaalbronnen in de verschillende stadia van de investeringswaardeketen worden betrokken.

Tijdens zijn vorige mandaat heeft de Global Future Council on Development Finance aanbevolen dat landen zich zouden moeten richten op de transitie van  “funding” naar “financing”, waarbij niet langer wordt vertrouwd op officiële ontwikkelingshulp (ODA) en andere overheidsfinanciering, maar duidelijk het juiste soort kapitaal voor elk project in kaart wordt gebracht, met een holistische afweging van alle kapitaalbronnen – binnenlands, internationaal, particulier en openbaar kapitaal – die op nationaal niveau kunnen worden aangewend.

Voorts is het Forum van oordeel dat regeringen de aantrekkelijkheid van een land voor investeerders kunnen maken of breken. Door een gevoel van “investeerbaar bestuur” te bevorderen en een gunstig klimaat te scheppen dat het vertrouwen van investeerders versterkt, kan een land zich opmaken voor succes. Door bijvoorbeeld een regelgevingskader in te voeren dat particuliere investeerders aantrekt door middel van bedrijfsvriendelijk beleid, zullen verdere bedrijfsinvesteringen worden bevorderd. Om dit te bereiken is samenwerking met meerdere belanghebbenden van essentieel belang, zodat de publieke en de particuliere sector op één lijn kunnen komen over het juiste soort maatregelen dat nodig is om het bestuur van een land waarin kan worden geïnvesteerd te verbeteren.

De veranderingen zullen alleen een blijvend effect hebben als zij voortbouwen op de consensus van zowel de publieke als de particuliere belanghebbenden en het land daardoor in staat stellen vast te houden aan een algemeen bestuurskader dat binnenlandse en internationale investeerders die in het land actief zijn, blijft ondersteunen.

Intermediaire instellingen: fungeren als katalysator in het belang van de landen

De hierboven geschetste dynamiek van vraag en aanbod zal zich ontwikkelen binnen een bestaand landschap van ontwikkelingsfinanciering, en het is van cruciaal belang dat de betrokken intermediaire instellingen beter in staat zijn vraag en aanbod van kapitaal voor de SDGs op elkaar af te stemmen. Dit vergt een fundamentele herijking van de rol van de verschillende ontwikkelingsfinanciers en andere belanghebbenden.

Met name multilaterale ontwikkelingsbanken (MDB’s), regionale ontwikkelingsbanken (RDB’s), nationale ontwikkelingsbanken (NDB’s) en instellingen voor ontwikkelingsfinanciering (DFI’s) moeten prioriteit geven aan hun rol als katalysator die landen helpt om over te schakelen van “investeren” naar “financiering”, waarbij zij een verandering omarmen waarmee sommige instellingen al zijn begonnen.

Naarmate landen overschakelen van een “project per project”-aanpak naar strategische inspanningen om particuliere markten tot stand te brengen en diverse kapitaalverstrekkers aan te trekken, moeten de intermediairs hun vermogen om investeerders en landen samen te brengen, versterken. Dit vergt een dieper inzicht in de verschillende soorten kapitaal die nodig zijn om de SDGs te verwezenlijken (gaande van standaardprojectfinanciering tot het meest impactvolle type risicokapitaal) en het vermogen om goed samen te werken met zowel de publieke als de particuliere sector.

Het World Economic Forum acht het van cruciaal belang dat de bestaande intermediairs zich toeleggen op het katalyseren van nieuwe financieringsbronnen, onder meer van pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen en kleine beleggers die traditioneel geen actieve verstrekkers van SDG-financiering zijn geweest.

Dit houdt in dat in verschillende stadia van de levenscyclus van een project particuliere financiering moet worden gemobiliseerd. MDB’s hebben bijvoorbeeld de neiging hun eigen kapitaal in te zetten in hun eigen op maat gemaakte projecten en dat kapitaal gedurende de hele looptijd van het project vast te houden.

MDB’s zouden een manier moeten vinden om meer particuliere investeerders aan hun zijde te krijgen bij de start van het project en vervolgens meer risicomijdende investeerders aan te trekken door een herfinanciering van de MDB-financiering mogelijk te maken zodra het risico van het project is afgenomen. Dit zou bijdragen tot het mobiliseren van een geheel nieuwe klasse van SDG-investeerders en de MDB’s tevens in staat stellen hun eigen kapitaal efficiënter te recyclen.

MDB’s zouden hun relatieve deskundigheid kunnen aanwenden om meer voor banken aanvaardbare projecten te identificeren en het voor particuliere financiers gemakkelijker te maken om mee te doen. Er is dringend behoefte aan het aantrekken van meer particuliere investeringen in duurzame ontwikkeling in midden- en lage-inkomenslanden, waar MDB’s en DFI’s in 2018 over de hele wereld samen slechts 69 miljard dollar hebben gemobiliseerd.

Conclusies

In Davos zullen leden van de Global Future Council on Development Finance vertegenwoordigers van zowel de publieke als de private sector ontmoeten om hen te betrekken bij het opnieuw aanwakkeren van de energie die nodig is om de ambitieuze doelstellingen van het Decennium van de Acties en Verwezenlijking te halen.

Het overbruggen van de financieringskloof van de SDGs is geen kwestie van het wiel opnieuw uitvinden. Het gaat erom de belemmeringen voor het aanbod van en de vraag naar kapitaal te begrijpen en weg te nemen en de twee beter op elkaar af te stemmen. We hebben slechts 3% van het mondiale GDP aan investeringen nodig om het financieringstekort van de SDGs weg te werken. Daarmee zou de wereld een stap dichter zijn bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de 2030-agenda en het bereiken van de inclusieve groei en duurzame ontwikkeling die we allemaal wensen.

Nieuwsbrief: ga je mee op expeditie?

Schrijf je dan nu in voor mijn nieuwsbrief “Expedition 21” over de kolderieke reis door de 21e eeuw. Met inspirerende artikelen, knetterende podcasts en vlijmscherpe columns over mens, onmens, over het doel én de bedoeling.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Menu